RICHTLIJN
BIJ (SIGNALEREN
VAN) SEKSUEEL MISBRUIK.
BEGRIPSOMSCHRIJVING
In
de literatuur worden vele termen
gebruikt als het gaat om ongewenste seksualiteit:
Seksuele
mishandeling, seksueel geweld,
seksuele intimidatie, ongewenste seksualiteit
en seksueel misbruik.
In
dit protocol spreken we van seksueel misbruik
omdat deze term alle
vormen van ongewenste
seksualiteit omvat en niet suggereert dat het
altijd
gepaard gaat met lichamelijk geweld.
Onder
seksueel misbruik wordt verstaan:
‘Seksuele
handelingen (alle
daadwerkelijke seksuele aanrakingen, van het aanraken van
borsten of genitaliën tot en met verkrachting) die
tegen de zin van het slachtoffer
plaatsvinden. Het slachtoffer kan
het ondergaan of verrichten van deze handelingen
niet weigeren als
gevolg van
emotionele druk, lichamelijk of relationeel overwicht,
dwang en/of
(dreiging
met)geweld van de pleger.
Emotionele
druk
kan worden uitgeoefend door middel van manipulatie en chantage,
maar ook door het geven van veel aandacht, privileges en cadeaus
waardoor het
slachtoffer
zich verplicht voelt mee te werken aan het seksueel
misbruik /
incest (loverboys, ‘breezer seks,
binnen relaties).
Bij
lichamelijk geweld wordt het
slachtoffer tegen haar/ zijn zin
vastgehouden, vastgebonden,
met een wapen bedreigd etc.(
(groep)verkrachting,
incest, binnen relaties).
Bij
relationeel overwicht heeft de
pleger macht over het slachtoffer
omdat hij/ zij een positie
bekleedt waarin men overwicht op de ander
heeft.
(vaders, moeders, sporttrainers, geestelijken,
leraren, hulpverleners,
partners).
PREVALENTIE
Uit
onderzoek blijkt (Red: welk
onderzoek?) dat 40% van alle vrouwen (Red: ook mannen) en
meisjes(Red:
ook
jongens)in hun leven slachtoffer wordt van verkrachting of een poging
daartoe.
Tenminste
7.4 % van alle vrouwen is in
een relatie met een man ooit slachtoffer geweest van
gedwongen seks.
De
slachtoffers van seksueel misbruik
zijn vooral meisjes en vrouwen. De laatste tijd stijgt het
mannelijke
percentage slachtoffers waarschijnlijk door meer openheid en begrip
t.a.v.
mannelijke slachtoffers, waardoor meer gegevens boven tafel komen.
Tenminste
1 (Red.: waar is dit op gebaseerd)
op de 20 mannen is als jongen seksueel misbruikt.
Als
het gaat om seksueel misbruik
tussen verwanten, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van
slachtoffers
bij de
eerste negatieve ervaring 11,1 jaar oud is.
De
gemiddelde duur van incest is 3,8
jaar.
80
% van de plegers van seksueel geweld
is verwante (huisvriend, buurman, leraar) en daarvan
is 30 %
familie, 90%
mannelijke plegers en 10 % vrouw.)
Bij
de mannelijke familieleden gaat het
om
19% vaders
25% broers
25% ooms
9%
opa’s
9%
neven
HULPVERLENING
BIJ SIGNALERING VAN SEKSUEEL MISBRUIK.
In
de praktijk blijkt dat seksueel
misbruik jarenlang kan plaatsvinden zonder dat de omgeving
dat in de
gaten
heeft. Meestal wordt het bij toeval ontdekt (Red.: wie ontdekt dat
dan?).
Het
is daarom van groot belang dat in het intakegesprek alert wordt
gereageerd op
signalen
die mogelijk wijzen op seksueel misbruik of op het risico
daarop.
Binnen
de setting van de 1e
lijn seksualiteit hulpverlening t.a.v. seksueel misbruik
zijn
3 vormen van hulpverlening van
belang:
A PRIMAIRE
PREVENTIE: het
voorkomen
van seksueel misbruik.
B
SECUNDAIRE PREVENTIE: het
signaleren
en stoppen van seksueel misbruik.
C
TERTIAIRE
PREVENTIE: hulpverlening
die bestaat uit het beperken en verminderen
van de
gevolgen van seksueel misbruik.
Ad
A,
1:
PRIMAIRE
PREVENTIE: het voorkomen van
seksueel misbruik voor potentiële
slachtoffers.
Voorkómen
van seksueel misbruik heeft
alles te maken met het vergroten van de weerbaarheid
van het
potentiële
slachtoffer. Zij moeten leren wat seksueel misbruik is en wat ze kunnen
doen
als ze in een situatie van seksueel misbruik belanden of is beland. Het
is
belangrijk om
goed duidelijk te maken dat het risico op seksueel
misbruik wel
verkleind kan worden, maar
niet altijd kan worden voorkomen. Als iemand
ondanks
instructies over preventie of
een preventieprogramma, toch slachtoffer
wordt
van seksueel misbruik, bestaat anders het
gevaar dat men zichzelf
verwijt niet
weerbaar genoeg te zijn geweest.
Het
openlijk praten over seksueel
misbruik leidt vaak al tot het vergroten van de weerbaarheid.
Daarnaast
dienen
de volgende aspecten aan de orde te komen:
1 Wat
is seksueel misbruik nou eigenlijk?
2 De
plegers van seksueel misbruik zijn vooral mensen die je kent en
van wie je
misschien wel houdt.
3 Aanrakingen
kunnen fijn zijn maar ook naar en verwarrend.
4 Iedereen
mag zelf bepalen wie er aan zijn of haar lichaam komt.
5 Leren
“Nee” zeggen of weglopen in geval van seksueel
misbruik
situaties.
6 Sommige
geheimen moet je niet bewaren, maar je moet erover praten
met een
vertrouwde persoon, totdat iemand helpt.
7 Een
slachtoffer heeft nooit de schuld aan seksueel misbruik.
2:
PRIMAIRE
PREVENTIE: het voorkomen van seksueel misbruik voor
potentiële daders.
Grofweg
genomen bestaan er 4 factoren
die van invloed zijn op het tot stand
komen van seksueel misbruik;
1e
Motivatie.
De Motivatie van plegers ligt veelal op het gebied van macht.
Seksueel
misbruik
is een manier om macht op een ander uit te oefenen.
Dit zou kunnen
verklaren
waarom veel plegers van seksueel misbruik ooit zelf
slachtoffers zijn
geweest,
hetzij van seksueel misbruik hetzij van pesterijen.
Veel slachtoffers
voelen
zich machteloos en als pleger zijn de rollen omgedraaid.
2e
Innerlijke
belemmeringen. De innerlijke belemmeringen die de meeste
mensen
ervaren om
daadwerkelijk over te gaan tot seksueel misbruik worden door de
plegers
opgelost door hun seksuele misbruik te rationaliseren en de
verantwoordelijkheid
bij de ander te leggen:
“Ze
stribbelde
niet tegen”, ” Ze zei toch geen
“Nee”.
3e
Externe
belemmeringen. De pleger heeft de mogelijkheid om met het
slachtoffer
alleen te zijn, zonder betrapt te worden.
4e
Weerbaarheid
van het slachtoffer. Het slachtoffers is niet weerbaar
genoeg
en/of de pleger
heeft een der mate overmacht dat het slachtoffer zichzelf niet
kan
verweren.
Het
is niet eenvoudig om vast te
stellen wie verhoogd risico loopt om pleger van seksueel
geweld te
worden. Het
is vaak ook een ‘vingerspitsengefűhl’ dat uitnodigt
tot alertheid.
Inmiddels
is bekend dat een aantal
plegers van seksueel misbruik al op jonge leeftijd
met dit gedrag
begint.
Aandacht voor deze vorm van preventie is in de eerstelijns
hulpverlening aan
jongeren dan ook van groot belang.
De
basis voor de primaire preventie
ligt in de maatschappij en de heersende opvattingen
over mannelijkheid,
vrouwelijkheid, seksualiteit en geweld. De primaire preventie voor
potentiële
plegers dient zich dan ook te richten op het verkleinen van de factoren
die
van
invloed zijn op het tot stand komen van seksueel misbruik: het
veranderen van
de
motivatie, het versterken van de innerlijke belemmeringen en het
versterken
van de
externe belemmeringen.
Een
aantal aangrijpingspunten die
belangrijk zijn bij de primaire preventie van potentiële
plegers:
1e
Tegengaan van bagatellisering en stereotypering van
seksueel
misbruik.
2e
Het aan de orde stellen en tegengaan
van de heersende opvattingen over
mannelijkheid en vrouwelijkheid en
seksueel
misbruik.
3e
Het leren aanvoelen en respecteren van de grens van een
ander.
4e
Het leren omgaan met de behoefte aan macht en gevoelens
van
onmacht.
5e
het aanleren van alternatieven van seksueel gewelddadig
gedrag.
Ad
B
SECUNDAIRE PREVENTIE: Het signaleren en
stoppen van seksueel misbruik
Het
is vaak moeilijk om een situatie
van seksueel misbruik te herkennen.
Omdat seksueel misbruik vaak
gebeurt onder
fysieke en emotionele druk,
zullen veel slachtoffers er alles aan doen
om de
geheimhouding te bewaren.
Het
herkennen van signalen van seksueel
misbruik is dus van groot belang.
Hieronder
treft u een lijst met de meest
voorkomende signalen, gebaseerd op
signaallijsten van Van Kooten
Niekerk,
Wafelbakker en Raijmakers.
*
Algemene signalen
zoals slaapproblemen, eetproblemen, hoofdpijn, buikpijn,
stemmingswisselingen, concentratieproblemen, slechte
(school)prestaties,
spijbelgedrag,
hyperactiviteit, isolerend gedrag, depressiviteit,
agressief
gedrag, verslavingsproblemen,
negatief zelfbeeld, angsten,
fobieën.
Deze
signalen wijzen erop dat er iets
aan de hand is met iemand., maar kunnen ook het
gevolg
zijn van andere vormen van
mishandeling of traumatische gebeurtenissen.
De
specifieke
signalen die slachtoffers van seksueel misbruik geven zijn
grofweg onder
te
verdelen in
*
Lichamelijke signalen
1 Verwondingen,
zwellingen, bloeduitstortingen aan en rond de
genitaliën of anus.
2 Verwondingen
of bloeduitstortingen aan borsten, billen, onderbuik
en bovenbenen.
3 Veelvuldige
infecties en ontstekingen aan blaas en urinewegen.
4 Vaginale
infecties met afscheiding.
5 Klachten
over jeuk en pijn aan genitaliën.
6 Zindelijkheidsproblemen.
7 Weinig
bewegen of houterig bewegen.
8 Abnormale
verwijding van vaginale of rectale openingen.
9 Beschadigingen
of littekenvorming aan het maagdenvlies.
10 Sperma in
vagina of rectum.
11 Soa’s.
12 Zwangerschappen.
*
Gedragssignalen
1 Uitermate
grote interesse voor alles wat te maken heeft met
seksualiteit.
2 Niet
bij de leeftijd of ontwikkelingsniveau passende kennis over
seksualiteit.
3 Exhibitionistisch
gedrag.
4 Excessief
masturbatiegedrag.
5 Overmatig
zoeken naar lichamelijk contact.
6 Sterk
seksueel wervend gedrag.
7 Veel
wisselende seksuele contacten.
8 Prostitutie.
9 Buitengewone
angst voor bepaalde personen.
10 Angst
voor lichamelijk contact en schrikreacties bij aanrakingen.
11 Niet
op de rug durven liggen.
12 Niet
durven spreiden van benen.
13 Niet
durven uitkleden.
14 Negatief
lichaamsbeeld.
15 Regressief
gedrag zoals bedplassen, duimzuigen of eenkennigheid.
16 Zelfverwonding.
17 Suïcideneiging
of poging.
18 Dissociatieve
stoornissen.
19 Beschikken
over veel geld.
20 Aangeven
dat hij/zij een geheim heeft en hij/zij weigert erover te
praten.
21 Vertellen over seksueel misbruik of daar toespelingen op maken.
Bij
het interpreteren van signalen is
het
van belang om te volgende richtlijnen
aan te houden:
1e Eén
signaal zegt vaak weinig. De meeste
slachtoffers van seksueel misbruik laten
een combinatie van signalen
zien. Als
het enige signaal echter het verhaal van het
slachtoffers is, moet dit
wel
degelijk serieus genomen worden.
Hoe ongeloofwaardig het verhaal ook
klinkt,
het is belangrijk om er serieus op te reageren.
2e Sluit uit of
signalen het gevolg zijn van
andere oorzaken.
Blauwe plekken en bloeduitstortingen kunnen het gevolg
zijn
van bijv. bloedarmoede en
veel verhuizen het gevolg van de baan van
vader of
moeder.
Ad
C
TERTIAIRE PREVENTIE: Hulpverlening bij
de gevolgen van seksueel misbruik
De
gevolgen van seksueel misbruik voor
slachtoffers zijn zeer verschillend.
Het hangt af van verschillende
factoren
zoals de ernst, duur en aard van het
seksueel misbruik. Ging het om
lichamelijke aanraking of ging het om verkrachting?
Ging het om
eenmalig seksueel
misbruik of om een langdurig en frequent seksueel misbruik?
Was het
seksueel misbruik
dat gepaard ging met veel emotioneel en lichamelijk geweld?
Ging het om
een
bekende of onbekende dader. Over het algemeen geldt dat hoe dichter de
dader
staat bij het slachtoffer, hoe ingrijpender het seksueel misbruik.
Men
kan
echter niet stellen dat hoe ernstiger het seksueel misbruik, hoe groter
de
gevolgen.
Dat hangt namelijk ook af van de leeftijd en persoonlijkheid
van het
slachtoffer.
Ten slotte zijn de reacties van de directe omgeving van
het
slachtoffer van invloed op de
gevolgen van het seksueel misbruik. Kan
het
slachtoffer het verhaal kwijt en wordt hij/zij
voldoende ondersteund?
Ook het
snel inschakelen van deskundige hulpverlening blijkt de
gevolgen van
seksueel
misbruik te beperken.
Seksueel
misbruik op zichzelf is niet
de klacht waarvoor mensen behandeling kunnen krijgen,
maar het zijn de
symptomen die men daaraan heeft of denkt te hebben overgehouden.
Het
gaat dus om de innerlijke betekenis
van de ervaring, niet om de ervaring zelf.
Aan
misbruik gerelateerde klachten die kunnen ontstaan na seksueel misbruik
zijn:
AS
I: symptomen
Er
bestaat een significant verband
tussen seksueel misbruik in de voorgeschiedenis en de
symptomen:
woede,
angst, depressie,
revictimisering, zelfbeschadiging, seksuele problemen, middelen
gebruik,
suïcidaal gedrag, negatief zelfbeeld, interpersoonlijke
problemen, obsessies en
dwangproblemen, dissociatie, posttraumatische stressreacties en
somatisatie.
AS
II: persoonlijkheid, patronen van
zich verhouden tot anderen en zichzelf
Ernstig
seksueel misbruik in de
voorgeschiedenis bij borderline patiënten betekent een
ongunstiger prognose.
Meer stoornissen in de affect- en impulsregulatie en het
zelfbeschadigend
gedrag.
VERWIJZING
NAAR HULPVERLENINGSINSTANTIES
Bij
(het vermoeden van) seksueel
misbruik is een tweede gesprek altijd geïndiceerd.
Het
is van belang het contact te
bestendigen en het vertrouwen te winnen om, zo nodig,
adequaat te
kunnen
verwijzen.
MELDPUNTEN
OM SEKSUEEL MISBRUIK TE LATEN STOPPEN:
Bij
kinderen en jongeren:
*Bureau
Jeugdzorg
*AMK
(Advies en Meldpunt Kindermishandeling).Het
AMK is deskundig in het
onderzoeken
van vermoedens van seksueel misbruik, geeft adviezen en zet
hulpverlening
in
werking. Het AMK onderhoudt nauwe relaties met Bureau Jeugdzorg.
*Bureaus
Vertrouwensartsen (BVA).
* Zelfhulporganisaties oa.
Stichting
Wilskracht
St.
Lambertusweg 34
5953
CJ Reuver
Tel.
06 12844482
www.stichting-wilskracht.nl
* Movisie
(voorheen Transact),
een landelijk expertisecentrum voor seksespecifieke
zorg en
seksueel geweld, heeft een telefonische informatielijn opengesteld
voor
hulp en
advies.
*FIOM,
gespecialiseerd in hulpverlening bij seksueel misbruik, vaak
zelfhulpgroepen.
Slachtoffers
van seksueel misbruik die
met een hulpvraag komen bij het eerstelijns
centrum voor seksuele
gezondheid
kampen vaak ook met een seksueel probleem, al
of niet als gevolg van
het
seksuele misbruik.
Hoewel
seksueel misbruik niet altijd
tot seksuele problemen hoeft te lijden is de kans
dat dit wel het geval
is bij
de populatie die zich heeft aangemeld vrij groot.
In
dit kader is het van belang dat
cliënten verwezen worden naar een seksuoloog NVVS
in de GGZ
en/of zonodig
(i.v.m. voortzetting van de behandeling van de lichamelijke klachten)
bij een
arts/seksuoloog NVVS.
Of
dit in eerste instantie 1e
lijn of direct 2e lijn moet zijn is afhankelijk
van de gegevens die
uit de intake naar voren komen:
1e
Verhelderen van de hulpvraag.
2e
Wanneer zijn de klachten/problemen begonnen, hoe uiten zij
zich in het dagelijkse
leven van
cliënt,
welke beperkingen leveren ze op?
3e
Is er sprake van lichamelijke klachten.
4e
Is er sprake van psychopathologische co-morbiditeit?
5e
Middelengebruik?
6e
Wat is de sociale identiteit (werk studie, relatie etc.)
7e
Hoe wordt de cliënt bejegend in zijn/haar sociale
omgeving?
8e
Risico inschatting
9e
Hoe
hoog is de lijdensdruk?
10e
Is er sprake van suïcidegevaar?
Motivatie
en verwijzing:
Na
uitleg en begrip voor dit probleem
voor cliënt verwijzing naar:
Óf
1e
lijn psycholoog/seksuoloog NVVS,
vrijgevestigd of in centrum voor
seksuele
gezondheid.
Óf
2elijn
GGZ met een MST, of vrijgevestigde
psychotherapeut/ seksuoloog NVVS,
zeker als er enige
aanwijzing is voor
psychopathologische co-morbiditeit en/of
aanwijzing voor
suïcide risico.
Geraadpleegde
literatuur:
Nelleke
Nicolai (red.) Uitgeverij:
de Tijdstroom, Utrecht
ISBN
90 5898 035 9
Seksualiteit en seksueel misbruik
(2002)
Werkboek
voor agogische en
zorgverlenende beroepen
Simone
Ebbers Uitg. HB-uitgevers, Baarn
ISBN
90 5574 357 7